Hoofdstuk 4

Vorige hoofdstuk  –  Volgende hoofdstuk

PILLEN – DERDE MAAND

1.

Ik staar naar de strip. Veertien vaalroze capsules, netjes in twee rijen, elk in hun eigen doorschijnende cocon.
“Met antidepressiva gaat het sneller dan zonder”, zeiden ze. De huisarts en de psycholoog leken wel een echo van elkaar.
Ik durf niet lang meer weg te blijven. Ik ben al meer dan twee maand in ziekteverlof. Ze beweren wel dat ze dat wel verwacht hadden, mijn collega’s. En dat ze er alle begrip voor hebben. Maar hoe lang zal dat nog duren? Ik zie ze ook zuchten op Twitter over de workload. Over hoe alles op het werk in het honderd loopt. Dat komt natuurlijk door mij. Helemaal door mij. Ik heb ze al veel te lang in de steek gelaten.
“Zonder pillen zal je nog minstens twee maand tijd nodig hebben”, schatten ze. “Met pillen zul je waarschijnlijk na een maand al terug naar je werk kunnen.”
Ik durf nog niet terug aan het werk. Ik kàn het niet. Ik ben veel te zwak om terug het drukke deadlineleven in te duiken. Ik heb nu eindelijk een rustig ritme gevonden. Ik hoef niet meer constant achter mezelf aan te hollen, ik kan dingen doen die ík wil, en aan het einde van de dag ben ik niet langer compleet leeggelopen. Na jaren kom ik eindelijk weer in evenwicht. Dat wil ik niet weer kwijt raken!
“Al wil ik je wel blijven opvolgen terwijl je de pillen neemt”, vulde de psycholoog aan. “Ze zijn ook maar een hulpmiddel, je moet intussen wel verder aan jezelf blijven werken.”
Ik durf niet lang meer weg te blijven. Mijn teamhoofd vroeg zich aan de telefoon toch ook plots af of ik zelf wel akkoor ging met mijn dokter? Of ik me toch al niet in staat voelde om een beetje te beginnen werken? Want terug op de werkvloer meedraaien draagt toch ook bij tot het genezingsproces? Ik probeerde uit te leggen dat ik nog niet zo ver ben, dat ik eerst in mijn privéleven nog allerlei patronen moet veranderen. Maar het kwam eruit als een warrige woordenbrij, een betoog zonder enige lijn of logica. Heb ik wel recht op extra tijd als ik niet eens kan uitleggen waarom?
“Na drie weken zal je het effect beginnen voelen. Je zal nonchalanter worden. Makkelijker dingen kunnen loslaten.”
Ik durf geen pillen te slikken. Dat is zoveel als toegeven dat ik gefaald ben. Pillen slikken, dat betekent dat ik het zelf niet kan.
“Je hebt geen hoge dosis nodig. Je angstaanvallen zijn niet erg zwaar, en je bent er tot nu toe ook altijd zelf weer uit geraakt. De bedoeling is gewoon te voorkomen dat ze nog zo vaak de kop opsteken, zodat je je kunt focussen op de andere veranderingen die je moet aanleren. We kunnen de dosis later nog opdrijven, als dat toch nodig zou blijken.”
Ik durf geen pillen te slikken. Ik ben bang om verslaafd te raken. Ik heb het al genoeg in de familie gezien. Pillenzombies. Ik huiver ervan om dezelfde weg in te slaan.
“Dit is een andere groep antidepressiva. Deze hebben geen verslavend effect”, sust de dokter. “Het is wel belangrijk dat je langzaam opbouwt, eerst een halve dosis, daarna een volledige.”
Ik durf geen pillen te slikken. Ze helpen toch niet. Ook dat heb ik al genoeg in mijn familie gezien. Pillen, dat zijn de cavaleristen die altijd te laat komen. Pillen zijn de palliatieve zorg van de psychiatrie, voor als je toch al zo diep in de stront zit dat niks je er nog uit kan halen.
“Maar vooral: je mag er niet onmiddellijk mee stoppen. Wanneer je je klaar voelt om zonder antidepressiva verder te gaan, moet je dat langzaam afbouwen. Dan kom je maar langs en schrijf ik je weer een halve dosis voor. Na een week kun je dan stoppen.”
Ik staar naar de strip. Ik druk de eerste pil uit, slik hem snel in en spoel door met een glas water. Ik ben vertrokken.

2.

Ik zit terug bij af. Ik lig de hele dag in de zetel. Met een barstende hoofdpijn, die maar niet overgaat. Maar vooral met het gevoel dat het toch nooit meer in orde komt. Ik voelde me veel beter vóór ik die pillen begon te pakken. Denk ik. Ik herinner het me eigenlijk niet meer, alles lijkt zwart en nutteloos.
“Dat zal wel normaal zijn”, sust mijn vrouw. “Dat komt door de pillen. Het duurt even voor ze werken. Het voelt eerst even erger aan voor je je beter zult voelen.”
Mooie pillen zijn dat. Ik zou ze zo de vuilnisbak in willen keilen. Als ik er de fut voor had. Maar ik raak de zetel niet uit. Om mijn gedachten wat te verzetten, kijk ik drie afleveringen van Borgen na elkaar. Verraad, overspel, nog meer verraad… Ook niet bevorderlijk voor mijn humeur.
Laat in de namiddag besef ik plots dat ik de stad nog in moet. Een sinterklaasbestelling die vandaag nog moet opgehaald worden. Ik wentel me nog even in zelfmedelijden omdat ik me niet eens één dag ongestoord in zelfmedelijden kan wentelen. Dan sleep ik me toch maar naar buiten. Net voor sluitingstijd raak ik bij de boekenwinkel. Gelukkig. Sinterklaas zal ook dit jaar gul kunnen zijn. Mijn depressie zal niet voor kindertranen zorgen.

3.

De kleine is ziek. Ik zit drie dagen thuis met hem. Dat weegt. Ik kan niet naar buiten, kan niet gaan fietsen of in een koffiebar gaan zitten schrijven. Ik zit vast aan een vierjarige die zijn papa hard nodig heeft en zich voortdurend aan mij vastklampt. Letterlijk. Ik kom er zelfs niet toe mijn pijama om te wisselen voor normale kleren. Wanneer hij indommelt, val ik zelf ook in slaap.
Al vanaf half vier zit ik te hopen dat mijn vrouw thuis komt. Ook al is dat dwaas: ze kan sowieso toch niet vóór vier uur weg, en dan nog moet ze zeker drie kwartier reizen. Maar ik zit dus gespannen te wachten op de klik van de sleutel in de voordeur. Eén uur lang, twee uur lang, drie uur lang. Uiteindelijk raakt ze maar tegen zeven thuis. En dan moet er nog naar de winkel gegaan worden, moet er eten op tafel komen, moet de keuken gekuist en het vuilnis buitengezet… Meer dan een zielig avondwandelingetje in het donker krijg ik niet voor mezelf. Om daarna uitgeput in de zetel neer te vallen.
Het klopt niet wat ze zeggen. Al die getuigen in die burn-outboeken: “Als ik een kind zou hebben, dan zou het anders zijn. Dan zou ik tenminste nog een reden hebben om verder te gaan. Zou ik niet zo in de put blijven zitten.”
Het klopt niet wat ze zeggen. Een kind maakt het net moeilijker om uit je burn-out te raken. Met een kind kun je maar half zoveel tijd nemen voor jezelf. En blijf je dubbel zo lang in die burn-out steken. Minstens.

4.

‘Minder geschikt.’ Het staat zwart op wit. Ik ben minder geschikt.
Op internet en in de literatuur waarschuwen ze voor de val. Ga tijdens je burn-out niet op zoek naar een nieuwe job. En dien vooral je ontslag niet in. Je bent psychisch niet in staat om zulke beslissingen te nemen, om er een correct oordeel over te vormen.
En toch heb ik me laten vangen. ‘Ik moet weg uit deze job’, dacht ik in die eerste weken dat ik thuis zat. ‘Ik heb het allemaal verprutst. Ik kan maar beter helemaal opnieuw beginnen. Ergens anders.’ En dus heb ik een van die dagen meegedaan aan van die afgrijselijke psychotechnische proeven. Bij Hudson. Voor een of andere functie rond sensibilisatie en communicatie. Dicht bij huis. Want op dat moment maakte ik mezelf wijs dat het allemaal de schuld was van dat over en weer pendelen tussen Gent en Brussel. Neem dat pendelen weg, en al mijn problemen zijn weg, redeneerde ik toen nog.
Nu dacht ik toch te mogen stellen dat ik wel enige kennis van zaken heb over communicatie. Vanwege dat het al twaalf jaar mijn job is en al. Maar dat zagen de bedrijfspsychologen van Hudson duidelijk anders. ‘Minder geschikt’ staat er voortaan op mijn etiket. “Hallo, ik ben Maarten De Gendt, minder geschikte communicatiespecialist. Aangenaam.”
En waarom eigenlijk? Antwoord ik naar waarheid dat ik zeker ook nood heb aan taken die ik autonoom kan uitvoeren, en dat ik daar ook goed in ben, krijg ik volgende eindbeoordeling: ‘Binnen een samenwerking laat de heer De Gendt zich kenmerken als iemand die er meestal niet in slaagt anderen te enthousiasmeren of te inspireren. Hij is er eigenlijk niet op uit anderen warm te maken voor een taak. Hij laat anderen eerder aan hun lot over, zonder zich te bekommeren om hun welbevinden.’ Erg goed voor je zelfvertrouwen hoor, zo’n psychotechnische proeven. Vanaf nu ben ik dus die kouwe kikker, die borderline psychopaat die je maar beter niet in dienst neemt.
Nog eentje: uit de test blijkt dat ik vaak verschillende mogelijkheden zie en gemakkelijk veel alternatieven kan bedenken voor een probleem. Ook dat mag natuurlijk niet te positief worden verwoord: ‘Doordat hij zich moeilijk op één of een beperkt aantal mogelijkheden kan focussen, loopt hij wel eens het risico minder besluitvaardig op te treden.’ Je kunt gewoon niet winnen, he?
Het meest frapperend vind ik echter deze passage: ‘Wel stellen we in de persoonlijkheidsvragenlijst vast dat, wanneer hij geconfronteerd wordt met weerstand, het iets vaker voorvalt dat hij zijn taken niet volledig tot het einde afwerkt dan dat hij doorzet totdat zijn werk volledig voltooid is. Hoewel hij in bepaalde situaties wel doorzet, is hij toch iets meer geneigd vroegtijdig los te laten wanneer hij voelt dat hij tegen zijn grenzen aanloopt.’
Ja kijk, wat verwachten ze dan? Supermensen die géén grenzen hebben? Ik leer in mijn therapie net dat ik mijn grenzen moét respecteren. Dat ik niet koste wat het kost mag blijven doorduwen. Dat ik dingen moet leren loslaten. En dan vindt zo’n selectiebureau dat ik ‘vroegtijdig’ loslaat wanneer ik tegen mijn grenzen aanloop?
Ze hadden natuurlijk overschot van gelijk, die specialisten op internet en in de literatuur. Als je met een burn-out zit, ga je best niet op zoek naar een andere job. Met een depressieve kop kun je die persoonlijkheidsvragenlijsten toch niet deftig beantwoorden. Ik ben misschien te eerlijk geweest: mijn acute nood aan afzondering en rust zal zich wel in al mijn antwoorden gemurwd hebben. Je probeert dat wel te milderen, je probeert wel je objectieve bril op te zetten en je te herinneren hoe het allemaal liep vóór je zo diep in de put raakte. Maar jezelf verkopen als het omgekeerde van wat je op dat moment eigenlijk bent? Zo’n goede acteur ben ik niet. (En ook niet zo’n goede psychopaat, dus.)
Er is misschien geen andere job voor mij weggelegd. En al helemaal niet in mijn eigen stad. Merkwaardig genoeg trek ik het me helemaal niet aan. Hun verlies. Ik ben eigenlijk al volop bezig met mijn terugkeer naar mijn werk. Volgende week ga ik, voor het eerst in twaalf weken, naar Brussel. Ik heb met mijn teamhoofd afgesproken om te gaan lunchen. Om mijn verhaal nog eens te doen – maar nu wèl samenhangend. Om afspraken te maken over mijn terugkeer. Maar ook om na al die weken bij te babbelen. Ik voel me er zenuwachtig bij, maar ik kijk er ook naar uit. Ik ben er klaar voor.

5.

Ik hang mijn jas aan de kapstok, zet mijn paraplu in de paraplubak en kies het tafeltje dicht bij de deur. Ik kijk op mijn gsm: stipt op tijd, stel je voor. Ik zie ook een sms’je van mijn teamhoofd, dat ze onderweg is. Vijf minuutjes nog, maximum tien. Ik bestel alvast een cola en haal een boekje boven. Graham Greene: A Burnt Out Case. De roman waar psychologen later hun inspiratie vonden toen ze een naam zochten voor een nieuw soort depressie. De depressie waarin ikzelf nu verzeild ben geraakt. Ik grinnik kinderlijk om de vergezochte ironie.
Dan zwaait de deur open. Ik huiver van de natte koude. Met een klein hartje kijk ik op naar de ingang. Het is mijn teamhoofd. Ze glimlacht wanneer ze me ziet. “Het spijt me dat ik wat later ben.”
We hadden natuurlijk ook op kantoor kunnen afspreken. Maar dat zag ik niet zitten. Nog niet. Ik ben zelfs speciaal een station eerder uitgestapt om niet door de kantoorwijk te moeten.
Ik glimlach terug. “Geen probleem, ik weet wel hoe dat gaat. Ik had leesvoer mee.”
We zetten ons neer, praten wat over koetjes en kalfjes. Het gaat me vlot af. Ik ben blij dat we hier samen zitten. Ik voel geen drang meer om weg te lopen.
“En,” vraagt ze uiteindelijk, “heb je intussen je situatie wat beter kunnen analyseren?”
Ik ben blij dat ze de vraag stelt. Ik heb honderden keren de schemaatjes herlezen die ik voor mezelf heb uitgetekend. Ik heb het hele plaatje perfect in mijn hoofd zitten, ik zie alle verbanden en ik weet waar mijn verhaal te starten. Ik begin zonder aarzelen te vertellen. Wat er gebeurd is – die stukgesmeten koffiekop, mijn paniekaanvallen – was natuurlijk een ultieme reactie op te veel stress. De besparingen, de eeuwig aanslepende Grote Hervormingen, de steeds hogere werkdruk, noem maar op. Maar ik ben op een compleet verkeerde manier met die stress omgegaan, waardoor het alsmaar erger werd. En de oorzaak waarom ik er zo slecht mee ben omgegaan, zit veel dieper. “Het basisprobleem is dat ik een archetypische introvert ben, maar me daar jarenlang niet naar gedragen heb.”
“Een introvert? Hoe bedoel je?”
“Extravert of introvert zijn betekent niet dat je goed of slecht sociale contacten kunt leggen. Het betekent dat je je batterijen op een andere manier moet opladen: door contact met mensen op te zoeken, of net door je wat terug te trekken. Jij bent volgens mij meer extravert dan ik. Jij kunt ook energie opdoen door met mensen af te spreken. Ik kan dat niet. Ik kan mijn energie enkel opladen door mezelf terug te trekken, door mijn hoofd rust en stilte te geven.”
“Dat is nieuw voor mij. En interessant. Zo had ik het nog niet bekeken.”
Ik voel me trots dat ik het zo helder kan uitleggen. Ik ga enthousiast verder. Dat ik voordien nooit heb erkend dat ik die rust nodig heb. Ik heb me waarschijnlijk al de helft van mijn leven laten meeslepen door een vals ideaalbeeld van een drukke, übersociale, multitaskende extravert. En in plaats van de introvert in mij de nodige rustmomenten te gunnen, ben ik jarenlang blijven doordraaien, ben ik mijn hoofd jarenlang blijven overstelpen met te veel impulsen. Alles, mijn slapeloosheid, mijn woedeaanvallen, mijn burn-out, mijn – laten we eerlijk zijn – slechte prestaties op het werk, alles is daartoe te herleiden.
En zo vertel ik een uur lang wat ik de voorbije maanden allemaal geleerd heb. Hoe ik het nu allemaal aanpak. Welke ingesleten patronen ik allemaal probeer te veranderen in mijn leven. En ja, dat ik uiteindelijk ook antidepressiva ben beginnen nemen, om het allemaal wat sneller vooruit te laten gaan.
“He, zoals de dochter in Borgen! En die pillen, werken die nu?”
Ik grinnik. “Ik merk er eerlijk gezegd niks van. Ik voel me niet anders, maar ik schijn er de laatste week veel rustiger uit te zien. En als ik het een vanop afstand bekijk, dan reageer ik inderdaad anders dan een maand geleden. Meer ‘laisser-faire’. Kijk, ik ben tot hier geraakt zonder in paniek te schieten!”
“Je was toch niet zenuwachtig om met mij af te spreken?”
“Goh, ja en nee. Ik was niet zenuwachtig om jou als vriendin terug te zien. Maar wel om jou als teamhoofd te spreken. We zitten hier ook om over mijn terugkeer naar het werk te praten he. En jij bent mijn eerste contact als werkgever.”
En dan gaat het over de praktische kant. Wanneer ik terug zou beginnen. Dat heb ik al in detail gepland. Na het eindejaarsverlof. Eerst halftijds. Op dinsdag, woensdagvoormiddag en donderdag. Met een oppep- en een uitblaasdag ervoor en erachter, en een halve dag rust in het midden. En als dat goed gaat, dan doe ik er een halve of een hele dag in de week bij. Langzaam opbouwen, niks overhaasten.
En dan: welke taken ik zou opnemen. Op een halve week kan ik nog geen hele weekshift draaien. En bovendien, zo weet ik nu, moet ik starten met duidelijk omlijnde en gemakkelijk op voorhand in te plannen taken. Ook daar: langzaam opbouwen, niks overhaasten. Dat heeft mijn teamhoofd al voorzien. Ze stelt enkele afgebakende projecten voor: een jaarverslag opmaken, een stuurgroep voorbereiden, twee overheidsopdrachten in gang steken. Meedraaien in de onvoorspelbare nieuws- en redactiestroom hoeft niet meteen, dat komt later wel.
Het is een droomstart. Eerlijk waar. Er bestaat geen betere manier om na een burn-out terug aan het werk te wennen. Wat een geluk dat ik in een organisatie werk waar dat allemaal mogelijk is. En dat ik een teamhoofd heb dat daar veel begrip voor heeft.
“Ik ben heel blij dat je het ziet zitten om terug te komen. We hebben je allemaal heel erg gemist”, zegt ze bij het afscheid.
Ik word er warm van, weet niet wat zeggen.
“Ik ben blij dat ik jou nog eens gezien heb”, gaat ze verder. “Het deed me deugd.”
“Mij ook. Mij ook.”
“Vanavond gaan we eentje drinken met een paar collega’s. Als je zin hebt om mee te gaan?”
Ik glimlach, maar sla beleefd af. “Dat doe ik nog liever even niet. Maar doe ze allemaal veel groeten. Ik zie ze na nieuwjaar wel.”
Ik wandel nog een uurtje door Brussel. Opgelucht. Zonder stress. Zelfs in de drukke Nieuwstraat, waar het al zwart ziet van de eindejaarscadeautjesjagers.
In het station drink ik nog een koffie. Door de luidsprekers klinkt een oldie van Deep Purple. My Woman From Tokyo. Ik merk dat mijn voet meetapt met het ritme. Ik geniet.

6.

De eindejaarsperiode is gevaarlijk. Er staan verschillende feesten en familiebezoeken op het programma. Uren aan een stuk tussen mensen vertoeven, socialiseren en entertainen. En tussen twee feesten in is het evenmin evident om te recupereren. Vrouw en kind hebben ook twee weken verlof. Twee weken lang zit ik overdag dus níet alleen thuis. Dat wordt wennen.
“Hoe ga je de drukte van de feestdagen aanpakken?” vraagt de psycholoog net voor het allemaal begint.
Ik grinnik een beetje verrast. “Weet je, daar heb ik nog helemaal niet over nagedacht. Ik zie eerlijk gezegd ook geen probleem. Als er bij ons thuis volk komt, kan ik altijd even naar boven vluchten. En bij andere mensen vind ik er ook wel iets op. Naar het toilet gaan of zo.”
De psycholoog kijkt me wantrouwig aan. “Denk daar toch eens goed op voorhand over na. Zorg dat je de energiereserves die je langzaam terug opbouwt, niet in een klap weer kwijt raakt.”
“Jaja”, knik ik.
Uiteindelijk vallen de feestdagen wel mee. Vind ik. Ik kom ze toch door zonder te hyperventileren, die feesten van vroeg in de namiddag tot laat na middernacht. Al is het mentaal wel zwaar, en voel ik me na een week weer leeg. Uitgeput genoeg om een hele dag in bed te blijven.
En dan ben ik stiekem de bureaucratie dankbaar. Mijn eerste werkdag, eigenlijk voorzien op 2 januari, moet een kleine week verschoven worden. Om administratieve redenen. Ons arbeidsreglement stelt immers dat er eerst een controlearts moet langskomen voor je deeltijds het werk mag hervatten. Letterlijk ervóór. Maar nu blijkt mijn werkgever net op 1 januari van controleorgaan veranderd. Probleem: de oude dienstverlener is in december nauwelijks nog bereikbaar (nukkig omdat het contract niet verlengd wordt, denk ik dan), de nieuwe neemt nog geen opdrachten aan. En dus is het wachten tot begin januari voor er een controlearts beschikbaar is. “Of ik alsjeblief ondertussen mijn voltijds ziekteverlof nog een beetje kan verlengen?” Hehe, ik moet een van de weinige werknemers zijn die door zijn werkgever gevraagd wordt om nog een beetje langer ziek te blijven.
Maar ik ben daar dus blij om. Het is net wat ik nodig heb om te recupereren van de eindejaarsfeesten. Ik neem een nota voor mezelf: volgend jaar zeker ook de eerste dagen van januari verlof nemen.

Vorige hoofdstuk  –  Volgende hoofdstuk

4 gedachtes over “Hoofdstuk 4

  1. Zo herkenbaar, ik zit nu ook met ideeën in mijn hoofd om iets totaal anders te gaan doen, om bruggen op te blazen die nadien niet meer herstelbaar zijn. Echte stappen heb ik er nog niet toe ondernomen maar ik ben er wel vaak mee bezig, met iets anders zoeken want dat lijkt de grote oplossing.
    Ook het tegen sociale contacten opkijken is zo herkenbaar, wat kruipt er toch energie in de schijn hoog houden want ik kan toch niet laten merken dat ik ziek ben. Dus overal happy face en dan uitgeput thuiskomen en huilen en ambetant doen tegen alles en iedereen. En dan na een tijdje zelfs iedereen mijden, niets meer willen afspreken, mensen ontwijken, mezelf opsluiten. Enkel mijn wandelingen, hoe kort ook, zorgen voor verlichting. ‘S nachts als ik niet kan slapen zou ik mijn wandelschoenen gewoon willen aantrekken en vertrekken. Om daarna hopelijk eindelijk te kunnen slapen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s