Drie tips voor minister Maggie De Block

Hoe lang mag een burn-out duren?

Zowat een maand geleden kondigde minister van Volksgezondheid Maggie De Block richtlijnen aan over hoe lang een ziekteverlof kan duren bij acht veelvoorkomende aandoeningen. Om artsen die niet goed weten hoeveel tijd ze een patiënt precies moeten geven, een houvast te bieden, aldus de minister zelf.

 Werkgeversorganisatie VOKA juichte dit meteen toe, omdat ze hierin een oplossing zagen voor vermeend misbruik van ziekteverlof. Wat meteen protest uitlokte van artsen – terecht volgens mij, want uit de uitspraak van VOKA blijkt een veel te groot wantrouwen van werkgevers in hun medewerkers en in de medische wereld. Of op zijn minst een veel te groot onbegrip.

 Burn-out is een van die aandoeningen waarover er een richtlijn zal komen. Omdat ik daar zelf enige ervaring mee heb, geef ik de minister graag drie tips mee voor haar richtlijn. Drie tips waar ook alle werkgevers – niet alleen die van VOKA – wat aan kunnen hebben.

  1. Geef géén gemiddelde hersteltijd voor een burn-out
  2. Geloof nooit de einddatum op een ziektebriefje
  3. Tel een half jaar werk méé als hersteltijd

 

1. Geef geen gemiddelde hersteltijd voor een burn-out.

De rivier is gemiddeld één meter diep, sprak de statisticus vol vertrouwen, en hij stapte het water in. Hij verdronk.

Een flauwe boutade misschien, want een echter statisticus weet dat een gemiddelde waarde totaal onbetrouwbaar is om naar te handelen. Het zijn alle niet-statistici – pakweg 99,9 % van de bevolking – die zich laten misleiden door dat éne getal dat het gemiddelde is. Het gemiddelde van 9, 10 en 11 is tien. Het gemiddelde van 0, 10 en 20 is ook tien. Het gemiddelde zegt dus niets over de werkelijke cijfers die erachter zitten.

Als je zou zeggen: een burn-out vergt gemiddeld een jaar hersteltijd, dan verwachten behoorlijk veel mensen dat je na precies een jaar terug aan de slag gaat. Moet je toch langer herstellen, dan komt het wantrouwen: je hoort bij de slappelingen die beneden de standaard vallen. Misschien zelfs bij de profiteurs die hun afwezigheid nodeloos lang rekken. En dat helpt het herstel zeker niet vooruit. Niemand is ooit sneller genezen omdat anderen hem een slappeling of een profiteur noemen.

Het omgekeerde kan ook: dat je al na een maand of drie-vier terug aan de slag kunt. En dat niemand op het werk daar rekening mee heeft gehouden, waardoor je bureau, je computer en je werk door een vervanger zijn ingenomen. En jij dus terugkomt om met je vingers te zitten draaien in de vergaderzaal. Leuke terugkomst!

Daarom deze eerste raad: geef geen gemiddelde. En zelfs geen mediaan. Geef liever een idee over de spreiding. Geef een vork.

Zeg bijvoorbeeld: ’90 procent van de mensen heeft tussen 6 en 18 maanden nodig om voldoende te herstellen van een burn-out’ (noot: dit zijn hypothetische cijfers).

Iedere persoon is anders, en dus loopt ieder herstel anders. Omgevingsfactoren spelen een grote rol: kun je rekenen op steun in je omgeving, of sta je er grotendeels alleen voor? Kun je het je permitteren om alles in je leven op pauze te zetten, of wordt er verwacht dat je blijft koken, wassen en plassen – voor kinderen, zorgbehoevende ouders of weinig begripvolle partners?

Meer nog spelen de oorzaken van de burn-out een rol. Ligt een conflict mee aan de basis van je burn-out? Verwacht dan niet dat je snel terug kan keren naar de bron van dat conflict op je werk; je lichaam en je geest zullen je op alle mogelijke manieren verhinderen dat je je opnieuw in dat conflict stort. Gaat het eerder om een burn-out veroorzaakt door je eigen persoonlijkheidskenmerken? Dan hangt het ervan af hoe snel je je eigen perfectionisme weet aan te pakken, of je zelfverwaarlozing, of je subassertiviteit, of welk ander persoonlijkheidskenmerk ook dat jou al je energie heeft gekost. Dat kan lang duren maar het kan evengoed (relatief) snel gaan, afhankelijk van welke professionele hulp je krijgt, hoe diep bepaalde gedragspatronen zijn ingesleten, enzovoort.

 

2. Geloof nooit de einddatum op een ziektebriefje.

Dokters schrijven niet snel een echt lange ziekteperiode voor bij een burn-out. Zelfs wanneer ze vermoeden dat je maanden – of misschien wel een jaar – uit zult zijn, krijg je bij de start meestal maar een of twee weken ziekteverlof voorgeschreven. Heel misschien een maand. Artsen die je meteen twee maanden voorschrijven, zijn zeldzaam. Artsen die je meteen een half jaar of méér voorschrijven, zijn bij mijn weten onbestaand. Burn-outers schakelen gewoonlijk de ene verlening na de andere aan elkaar.

Ik heb me lang afgevraagd waarom. Want door een langdurig ziekteverlof steeds maar in kleine schijven toe te kennen, maken ze het herstel toch moeilijker? Stel je voor: je krijgt een maand ziekteverlof voorgeschreven, de eerste twee weken probeer je tot rust te komen, en tegen dat dat eindelijk begint te lukken komen de zenuwen al terug op omdat je over twee weken al terug op het werk verwacht wordt. Dus gaat het weer twee weken slechter, tot de huisarts je ziekte nog eens met een maand verlengt. En de cyclus begint opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Waarom schrijven dokters niet meteen een langer ziekteverlof van vele maanden voor? Dat zou het herstel bij velen toch bespoedigen?

Misschien speelt mee wat ik hierboven zei: dat het herstel bij iedere persoon anders verloopt. Dus kan geen enkele huisarts op voorhand echt inschatten of hij te ruim of te smal rekent.

Maar misschien speelt ook mee dat dokters hun patiënten niet los willen laten. Een dokter wil een zieke patiënt blijven opvolgen, om te monitoren hoe het herstel verloopt en waar nodig bij te sturen. Een hartpatiënt krijgt ook niet meteen een voorraad medicijnen voor een jaar mee; nee, een arts schrijft een dosis voor om pakweg een maand rond te komen, en wil vervolgens de patiënt opnieuw onderzoeken en de medicatie aanpassen. Bij een burn-out is het belangrijkste medicijn niet in capsulevorm te verkrijgen: het belangrijkste medicijn is daar rust. En dus is het misschien maar logisch dat een dokter het effect daarvan frequent wil blijven opvolgen. En jou dus rust voorschrijft in veel kleinere schijven dan je uiteindelijk nodig zult hebben.

Is dat lastig voor de werkgever en de collega’s? Ja, dat is lastig. Zij weten nooit zeker of je wel of niet terugkomt op de datum die op het meest recente ziektebriefje stond. Maar hoe frustrerend dat ook kan zijn, dat is uiteindelijk van ondergeschikt belang als het om iemands gezondheid gaat. Een dokter is er niet om werkgevers te dienen. Een dokter is er louter en alleen om de patiënt te helpen, en niks anders. Tot spijt van wie ’t benijdt.

Ik raad iedereen dan ook aan om de einddatum op een doktersbriefje niet te geloven. Ik zie het telkens weer gebeuren: in de planning van het werk gaan chefs en collega’s ervan uit dat je er weer ten volle zal staan op het moment dat je ziektebriefje afloopt. En als je dan een nieuw ziektebriefje met (weer) een verlenging opstuurt, dan moeten ze in zeven haasten de planning omgooien, moeten collega’s last minute het werk herverdelen, moeten sommigen misschien zelfs uit vakantie teruggeroepen worden. Met het gevaar dat iedereen pissig wordt op die ene zieke collega die de schuld van al die miserie lijkt te zijn.

Werkgevers, een goede raad: zelfs als je nog maar een vaag vermoeden hebt dat er een mentale ziekte meespeelt, keer dan je verwachtingen helemaal om. Ga ervan uit dat de ziekteperiode wél verlengd zal worden, dat de zieke medewerker nog niét zal terugkeren. Ga uit van het worstcasescenario, en stel je planning daarop af. Staat de zieke medewerker toch op een keer – na afloop van het zoveelste ziektebriefje – terug op de werkvloer, dan is dat gewoon een mooie meevaller. Beter één meevaller in de hand…

 

3. Tel een half jaar werk méé als hersteltijd.

Een topvoetballer die een been breekt, moet eerst een poosje in het gips. Dan is er geen sprake van rondrennen, laat staan tegen een bal trappen. Na een tijdje kan ie terug mee beginnen trainen, maar niet te hard. Dat moet hij langzaam opbouwen. Een paar oefeningen meedoen, maar nog niet allemaal. Of niet allemaal even snel. Het duurt nog even voor hij weer oefenmatchen aankan. En pas helemaal op het einde kan de voetballer weer schitteren in een topmatch.

Zo gaat het ook bij een burn-out. Ik ken geen enkele lotgenoot die na zijn afwezigheid meteen weer op topniveau in zijn job kon meedraaien. Net zoals de topvoetballer, die bij zijn eerste terugkeer na een gebroken been nog geen topwedstrijd aankan.

Meer nog: een goed herstel van een burn-out is slechts mogelijk door langzaam weer op te bouwen op het werk. Net zoals de topvoetballer zijn topniveau slechts kan halen door langzaam zijn deelname aan trainingen en wedstrijden op te schroeven. Dat lukt nooit door thuis in de zetel te zitten wachten tot zijn conditie op magische wijze weer piekt.

Vele burn-outers gaan in behandeling bij een psycholoog of een therapeut, of op zijn minst bij een coach. Die zoekt samen met hen naar de oorzaak, of oorzaken, van al dat energieverlies. En zoekt dan samen met hen naar mogelijke oplossingen. Zoals andere gedragspatronen aanleren. Of andere gedachtenpatronen aannemen. Of andere manieren uittesten om met energievretende mensen om te gaan. Wat het ook is, het zijn zaken die je al doende moet uitproberen. En dat kost meer tijd dan je denkt: ingesleten patronen zijn moeilijk te veranderen.

Uiteraard begin je klein. Je test het uit in een veilige omgeving, zoals je gezin, of je vertrouwde bankje in het park. En dan in iets moeilijker situaties, zoals de sportclub, of een familiefeest, of de jaarmarkt op het dorpsplein. Tot je genoeg getest hebt en voldoende vertrouwen hebt om de stap naar het werk te zetten.

Maar ook op het werk moet je je automatische gedrags- of gedachtenpatronen leren veranderen. En ook dat kost energie en tijd. Dat zit meestal niet van de eerste keer goed. Maar het is slechts door het in de praktijk uit te proberen – met vallen en opstaan – dat het uiteindelijk zal lukken.

Ik heb het zelf meegemaakt. Mijn eerste weken terug op het werk waren voor mij echte test-weken. Een test of ik de nieuwe gedragspatronen die ik bij mijn psycholoog had geleerd, ook in een stresserende werksituatie kon toepassen. Of ik überhaupt al in staat was een hele dag te focussen en energie te geven aan mijn job. (Spoiler: het lukte.)

Ik keerde terug naar een team waarin iedere dag onverwachte deadlines opdoken, liefst tegen een half uur geleden. Dat kon ik dus nog niet aan. Mijn baas hield daar gelukkig rekening mee. Ik moest de eerste weken nog niet meedraaien in de hectiek van redactiedeadlines. Ik kreeg een paar taken die pas enkele maanden later klaar moesten zijn, zoals een jaarverslag samenstellen en een aanbesteding voorbereiden. Taken waarbij ik weer in het werkritme kon komen, maar waarbij het ook geen ramp was als ik ze niet meteen gedaan kreeg. Pas na enkele weken begon ik af en toe een tekstje met een korte deadline te schrijven. Na enkele maanden kon ik er weer volledig in meedraaien.

En terwijl ik langzaam terug aan deadlinewerk wende, leerde ik ook ‘nee’ zeggen op het werk (om mijn subassertiviteit aan te pakken), leerde ik anderen te geloven wanneer ze mijn werk goed vonden (om mijn perfectionisme af te bouwen), leerde ik een planning te volgen die slechts op één taak tegelijk focust (om mijn procrastinatie te overwinnen) en leerde ik voldoende rustmomenten in te bouwen (om mijn introversie tegemoet te komen).

Pas na een maand of zes was ik er gerust in: ik had de juiste strategieën gevonden om mijn werk weer op topniveau uit te voeren, zónder opnieuw in een burn-out te vallen. Pas toen durfde ik mezelf voldoende genezen te verklaren. Pas toen zette ik mijn deeltijds ziekteverlof stop.

Wie denkt dat je burn-out volledig kan genezen vóór je terug aan het werk mag, dwaalt. Een tijdje ‘inlopen’ op het werk is vaak essentieel om te herstellen. Daarom, beste minister, daarom vraag ik: ze in je aanbevelingen niet enkel hoe lang iemand thuis moet zitten met een burn-out. Geef ook een indicatie hoe lang iemand met een burn-out moet ‘opbouwen’ eens hij terug aan het werk is. Een half jaar lijkt me, op basis van mijn eigen ervaring, een minimum.

 

 

2 gedachtes over “Drie tips voor minister Maggie De Block

  1. Ik schaar me helemaal achter je tips. Er is geen gemiddelde tenzij in statistieken. Maar een burn-out treft mensen met soms heel erg verschillende rugzakjes. Ik kreeg 8 maanden ziekteverlof voorgeschreven en volgde psychotherapie. Daarna besliste ik niet terug te keren naar mijn werkplek. Ondertussen ben ik 4 jaar thuis. Zonder wedde, zonder ziekteuitkering, maar wel ge-rust.

  2. Heel goed stuk, Maarten. Kun je er een soort open brief van maken die in de media komt of zo?

    Hier al meer dan drie jaar in progressieve werkhervatting, intussen vele katten in mijn hoofd geselende. Ik ben er bijna, dat voel ik, maar inderdaad wil ik helemaal gerust zijn dat het gaat lukken. Gelukkig heb ik fantastische huis-, arbeids- en controlegeneesheren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s